Rb. 's-Gravenhage 21 december 2006, ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ6301

Eiser is buitengewoon verlof verleend omdat hij via het Nederlands Centrum voor Internationale Politiesamenwerking (NCIPS) ging deelnemen aan de OVSE-missie te Servie-Montenegro. Daarbij is bepaald dat aan hem gedurende de periode van 15 september 2003 tot 29 maart 2004 een vergoeding wordt toegekend van € 39,76 bruto per dag. Verweerder heeft eiser medegedeeld dat hij over de periode van 14 september 2004 tot 14 oktober 2004 teveel dagvergoeding heeft ontvangen en dat dit van hem wordt teruggevorderd. Verweerder stelt zich op het standpunt dat eiser redelijkerwijs had kunnen weten dat hij vanaf 14 september 2004 geen recht meer had op een dagvergoeding omdat hij zich niet meer in het missiegebied bevond. Eiser betwist dat hij redelijkerwijs had kunnen weten dat hij vanaf 14 september 2004 geen recht meer zou hebben op de dagvergoeding en dat hij uit de maandelijkse salarisoverzichten had kunnen opmaken dat verweerder een fout had gemaakt. Eiser stelt zich op het standpunt dat onvoldoende inzicht is verschaft in de wijze waarop de hoogte van de vordering tot stand is gekomen. De rechtbank overweegt dat het niet zorgvuldig is te achten dat eerst in het bestreden besluit aan eiser is medegedeeld wat de hoogte is van het teruggevorderde bedrag. Uit de stukken valt voorts niet af te leiden op welk bedrag aan dagvergoeding eiser aanspraak heeft en hoe het teruggevorderde bedrag tot stand is gekomen. De rechtbank ziet niet in waarom verweerder het teruggevorderde bedrag niet inzichtelijk heeft kunnen maken. Het standpunt van verweerder dat eiser niet is benadeeld kan hieraan niet afdoen, nu dit evenmin op deugdelijke wijze is onderbouwd. Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat het bestreden besluit voor vernietiging in aanmerking komt, omdat het niet met de nodige zorgvuldigheid als bedoeld in artikel 3:2 van de Awb tot stand is gekomen, althans niet op een deugdelijke motivering berust als bedoeld in artikel 7:12, eerste lid, van de Awb. De rechtbank verklaart het beroep gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen