Rb. 's-Gravenhage 11 december 2006, ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ6181

Naar aanleiding van een drietal meldingen dat eiser, werkzaam in een PI, zich schuldig gemaakt zou hebben aan seksuele intimidatie, heeft verweerder besloten een nader onderzoek in te stellen. Eiser is voor de duur van het onderzoek de toegang tot de PI ontzegd. Verweerder heeft het onderzoek overgedragen aan een onafhankelijke klachtencommissie seksuele intimidatie. Verweerder heeft eiser voor de duur van het onderzoek tijdelijke werkzaamheden opgedragen in en andere PI. De klachtencommissie achtte twee klachten ongegrond en een klacht gegrond en adviseerde eiser niet te handhaven in zijn huidige functie, maar een vergelijkbare functie elders te zoeken en voorts eiser te begeleiden met betrekking tot de wijze waarop hij tijdens zijn werkzaamheden vrouwelijke collega's benadert. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder in redelijkheid tot zijn besluit kunnen komen om eiser de toegang tot de gebouwen te ontzeggen, de tewerkstelling in de andere PI kunnen verlengen. Verweerder kon in redelijkheid tot zijn besluit komen eiser in het belang van de dienst een andere functie op te dragen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen