Rb. 's-Gravenhage 29 december 2006, ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ5953
Inbewaringstelling / binnentreden onrechtmatig. Vast staat dat het paspoort van eiser op enig moment tussen de inbewaringstelling en het opstellen van het M119-formulier door de politie is opgehaald uit eisers woning met gebruikmaking van de sleutels van eiser, die bij zijn insluitingsfouillering waren ingenomen. In de stukken bevindt zich een kopie van het paspoort, maar er is niets vermeld met betrekking tot het binnentreden en zoeken in de woning van eiser. De rechtbank leidt uit de stukken en het ter zitting over en weer gestelde af, dat eiser daartoe geen toestemming heeft verleend. Geschilpunt is of, bij ontstentenis van nadere informatie, er van uit moet worden gegaan dat er sprake is van gebruikmaking bevoegdheden die niet bij of krachtens de Vw 2000 zijn gegeven, bijvoorbeeld de uitoefening van algemene politietaken of in het kader van strafrechtelijk onderzoek. Anders dan verweerder ziet de rechtbank in het ontbreken van relevante informatie geen aanleiding voor bedoelde conclusie, nu verweerder in dat geval door het niet verschaffen van (volledige) inlichtingen de door de rechter te verrichten beoordeling - waaronder het bepalen van toetsingsbevoegdheid - geheel zou kunnen frustreren. De rechtbank leidt uit de stukken af dat het paspoort voor geen ander doel is opgehaald dan ter fine van eisers uitzetting. Het binnentreden heeft plaatsgevonden gedurende de vrijheidsontnemende maatregel van eiser en met behulp informatie en sleutels die in het kader van de uitoefening van vreemdelingenrechtelijke bevoegdheden was verkregen. De rechtbank concludeert dan ook dat geen enkele aanleiding is voor enige andere conclusie dan dat het binnentreden en zoeken in de woning van eiser heeft plaatsgevonden in (louter) vreemdelingenrechtelijk kader en dat de rechtmatigheid daarvan thans ter toetsing voorligt. Nu er geen toestemming tot het binnentreden bestond en van een machtiging tot binnentreden niet is gebleken, nu geen enkele vorm van verslaglegging van het binnentreden is overgelegd, is dit binnentreden naar het oordeel van de rechtbank reeds hierom onrechtmatig te achten. Overigens voorziet de Vw 2000, mede gelet op de parlementaire geschiedenis van artikel 53, tweede lid, van de Vw 2000, niet in een bevoegdheid tot zoeken in een woning als in dit geval is geschied. Met name gelet op het doorslaggevend belang van eiser om gevrijwaard te blijven van onrechtmatige inbreuken op zijn huisvrede en privacy, het gegeven dat bij het onrechtmatige binnentreden gebruik is gemaakt van het feit dat eiser vastzat, van door hem verstrekte gegevens en afgenomen sleutels en het niet verstrekken van relevante informatie door verweerder, is de rechtbank van oordeel dat de voortduring van de vrijheidsontnemende maatregel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is te achten.
De uitspraak op rechtspraak.nl