Rb. 's-Gravenhage 8 december 2006, ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ5817

BOPZ De rechtbank is van oordeel dat genoegzaam is gebleken dat betrokkene de voorwaarden verbonden aan de voorwaardelijke machtiging niet heeft nageleefd door zich niet aan het voorgeschreven medicijngebruik te houden. (...) gebleken dat de verslechterde toestand van betrokkene het gevolg is van het niet innemen van de medicatie en dat er ten tijde van de opname op 10 november 2006 sprake was van gevaar. De rechtbank kent hierbij met name gewicht toe aan het feit dat betrokkene, naar zijn zeggen, bijna ongelukken in het verkeer heeft veroorzaakt. Daarnaast is gebleken dat betrokkene, ondanks zijn curatele, zelf geld bij de bank heeft opgenomen ten behoeve van de aankoop van een auto, terwijl hij zich die niet kon permitteren. De rechtbank is van oordeel dat het gevaar thans nog aanwezig is (...) De Rechtbank bekrachtigt de beslissing van de geneesheer-directeur d.d. 10 november 2006 in die zin dat de voorwaardelijke machtiging verleend bij beschikking van 31 juli 2006 door de rechtbank Haarlem wordt omgezet in een voorlopige machtiging die zal eindigen op 9 mei 2007. *

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen