Rb. 's-Gravenhage 7 december 2006, ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ5640
Bodemprocedure. Eiser heeft aangevoerd dat, nu verweerder in de beslissing op bezwaar te kennen heeft gegeven dat de uitzendperiode is verlengd tot en met 9 november 2005 en eiser daarmee tijdelijk is bevorderd tot en met die datum, het bezwaar gedeeltelijk gegrond verklaard had behoren te worden. Voorts heeft eiser aangevoerd dat het hem onduidelijk is waarom hij tot de rang van sergeant is bevorderd. Vooraf is hem verteld dat elke tolk in de rang van sergeant zou fungeren tijdens uitzending in Afghanistan. Aldaar heeft eiser geconstateerd dat tolken met een lagere vooropleiding in (veel) hogere rangen als tolk fungeerden. Hij stelt daartoe dat hij, in tegenstelling tot hetgeen in het bestreden besluit is vermeld, concreet heeft aangegeven welke personen tijdelijk waren bevorderd in een hogere rang.
De uitspraak op rechtspraak.nl