Rb. 's-Gravenhage 30 november 2006, ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ5098

Mvv-vereiste/Aanvraag ouder mede gedaan t.b.v. minderjarig kind. Verzoeker is een veertienjarige jongen van Marokkaanse nationaliteit, die sinds 1996 in Nederland verblijft. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen op grond van het mvv-vereiste. Op grond van de omstandigheid dat aan de moeder van verzoeker na inreis in Nederland een verblijfsvergunning is verleend, kan worden aangenomen dat die inreis legaal is geweest, hetzij omdat zij in het bezit was van een mvv, mede geldig voor verzoeker, hetzij omdat het ontbreken van een mvv niet kon worden tegengeworpen gelet op de uitspraak van de Rechtseenheidskamer van deze rechtbank van 16 maart 1995 (LJN: ZA1105). De overweging in het bestreden besluit dat de vader van verzoeker door hem Nederland in te laten reizen zonder in het bezit te zijn van een geldige mvv welbewust het risico heeft aanvaard dat aan verzoeker geen verblijf zou worden toegestaan, berust derhalve op een onjuiste feitelijke grondslag. Gelet op het in 1996 en 1997 geldende beleid, zoals neergelegd in A4/6.1.2 Vreemdelingencirculaire 1994, en gezien de daarin opgenomen modellen voor het aanvragen van een verblijfsvergunning regulier alsmede de voorzieningenrechter ambtshalve bekende uitvoeringspraktijk destijds, werd een aanvraag van een ouder door de Korpschef doorgaans aangemerkt als mede te zijn gedaan ten behoeve van het minderjarige kind. De vervolgens aan die ouder verleende verblijfsvergunning was dan tevens geldig voor het kind. Dit in aanmerking genomen, had het op verweerders weg gelegen te onderzoeken of de aanvraag van de moeder destijds mede gedaan is ten behoeve van verzoeker c.q. de aan haar verleende verblijfsvergunning tevens voor hem geldig was en, zo dat niet het geval zou zijn, na te gaan wat daarvan de reden is geweest. Nu verweerder een en ander heeft nagelaten is het besluit niet met de vereiste zorgvuldigheid tot stand gekomen. Verweerder zal in bezwaar alsnog nader onderzoek dienen te verrichten. Indien dat onderzoek verweerder tot de conclusie brengt dat het mvv-vereiste geldt, zal verweerder bij de beoordeling of de toepassing van dat vereiste een onbillijkheid van overwegende aard oplevert, er onder meer niet aan voorbij kunnen gaan dat verzoeker legaal Nederland is ingereisd, sindsdien tien jaar in Nederland verblijft, al die tijd in de registers van de GBA ingeschreven heeft gestaan, hier naar school gaat en hij er groot belang bij heeft zijn opleiding zonder onderbreking te vervolgen. Het bezwaar heeft een redelijke kans van slagen. Toewijzing verzoek.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen