Rb. 's-Gravenhage 12 december 2006, ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ4906
Arbeidsmarktaantekening/Wav/wijziging verblijf/geen recht op voortgezet verblijf. Verweerder heeft zich in het bestreden besluit op het standpunt gesteld dat eiser niet heeft voldaan het bepaalde in artikel 3:31, eerste lid, van het Vb 2000 nu is gebleken dat voor de werkzaamheden die eiser verricht voldoende prioriteitsgenietend aanbod aanwezig is. De rechtbank overweegt dat aan het feit dat eiser als vreemdeling met een arbeidsmarktaantekening voorheen vrije toegang had tot de arbeidsmarkt als bedoeld in hoofdstuk B1/2.1.4 van de Vc 2000 louter betekent dat hij ingevolge hoofdstuk B1/2.1.4.2 die vrije toegang tot de arbeidsmarkt behoudt, zolang hij de beslissing op zijn aanvraag om (voortgezet) verblijf met instemming van verweerder in Nederland mag afwachten. Uit het feit dat een vreemdeling in het bezit is van de hier bedoelde arbeidsmarktaantekening kan echter niet worden afgeleid dat met zijn aanvraag om (voortgezet) verblijf een wezenlijk Nederlands belang in de zin van de Vw 2000 wordt gediend op grond waarvan opnieuw verblijf zou moeten worden toegestaan. Voor zover eiser ter zitting zich op het standpunt heeft gesteld dat verweerder in strijd met de Wav heeft gehandeld, nu aan eiser een arbeidsmarktaantekening is gegeven op grond van artikel 4, tweede lid, aanhef en onder c, van de Wav juncto artikel 2, aanhef en onder d, van het Besluit uitvoering Wav, overweegt de rechtbank, onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) van 21 september 2005 (200592852/1, JV 2005/433) in rechtsoverweging 2.2.3 dat aan deze aantekening slechts rechten kunnen worden ontleend, indien een vreemdeling rechtmatig in Nederland verblijft. De aantekening zelf geeft geen recht op voortgezet verblijf na beëindiging van het rechtmatig verblijf. De door de verweerder gehanteerde paragraaf B5/3.2.3 van de Vc 2000 bevestigt dit. Zoals ook vermeld is in paragraaf B5/1.2 van de Vc 2000, volgt uit het systeem van de Vw 2000 dat de vraag of een vreemdeling voor voortgezet verblijf in aanmerking komt, wordt beantwoord aan de hand van het bepaalde bij en krachtens de Vw 2000. De Wav heeft slechts betrekking op de toelating tot de arbeidsmarkt. Dat ingevolge artikel 4, tweede lid, aanhef en onder c, van de Wav juncto artikel 2, aanhef en onder d, van het Besluit uitvoering Wav een aantekening als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Wav opnieuw wordt afgegeven aan een vreemdeling die in het verleden heeft beschikt over een krachtens de Vw 2000 afgegeven vergunning met daarop eenzelfde aantekening en die nadien zijn hoofdverblijf niet buiten Nederland heeft gevestigd, betekent niet dat niet aan de voor het verlenen van de aangevraagde verblijfsvergunning geldende vereisten behoeft te worden voldaan. Zoals volgt uit de verwijzing in de aangehaalde uitspraak van de Afdeling naar de Nota van Toelichting bij artikel 3.31 van het Vb 2000, staat in voormelde toelichting bij artikel 2, aanhef en onder d, van het Besluit uitvoering Wav, behouden vreemdelingen die in het verleden recht hadden op een aantekening en van wie de verblijfsstatus wijzigt, deze aantekening alleen, indien voortgezet verblijf wordt toegestaan. Derhalve volgt ook uit de toelichting bij de Wav, dat de aantekening zelf geen recht geeft op voortgezet verblijf na beëindiging van het rechtmatig verblijf, zodat de grief van eiser faalt. Beroep gegrond
De uitspraak op rechtspraak.nl