Rb. 's-Gravenhage 19 december 2006, ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ4647
KG tegen het besluit van de Minister van Justitie om eiser uit te leveren aan de Verenigde Staten. Eiser is in mei 2005 in Nederland aangehouden op verdenking van deelname aan een terroristische organisatie, medeplegen van een poging tot moord dan wel de voorbereiding daarvan en inbraak. Vanaf juli 2005 wordt aan eiser tevens verweten het medeplegen van het plaatsen van mijnen en het tot ontploffing brengen ervan in Fallujah, gericht tegen een (Amerikaans) militair konvooi, dan wel poging daartoe. De Amerikaanse autoriteiten hebben in juli 2005 de voorlopige aanhouding van eiser en vervolgens in september 2005 de uitlevering van eiser verzocht. Nadat de rechtbank in Rotterdam in december 2005 de uitlevering toelaatbaar heeft verklaard en de Hoge Raad in september 2006 het cassatieberoep van eiser tegen deze uitspraak heeft verworpen, heeft de Minister van Justitie bij beschikking van 11 oktober 2006 besloten de uitlevering toe te staan ten behoeve van strafvervolging van eiser voor de feiten waarvoor de uitlevering wordt gevraagd. Eiser vordert in dit kort geding primair een verbod tot uitlevering aan de VS en subsidiair een verbod tot uitlevering totdat het gerechtshof te 's-Gravenhage besloten heeft over de verdere vervolging van eiser in Nederland. Naar het oordel van de voorzieningenrechter is er geen grond om aan te nemen dat de VS zich niet aan hun toezeggingen (zie het vonnis) zullen houden en/of dat aan eiser in het kader van een bijzondere behandeling of vervolging voor (politieke) delicten fundamentele rechten zullen worden ontzegd. De vorderingen worden afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl