Rb. 's-Gravenhage 15 december 2006, ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ4561
Verdachte heeft voor een aantal deelnemers aan het door de rechtbank als criminele organisatie bestempelde samenwerkingsverband tussen verpachtende glazenwassers de administratie verzorgd en belastingaangiften gedaan. De rechtbank spreekt hem vrij van deelname aan deze criminele organisatie. Hij heeft echter zijn verantwoordelijkheden als boekhouder zodanig onvoldoende genomen dat een fiscale fraude het gevolg is geweest. Ernstiger acht de rechtbank dat hij als administratief deskundige er geen enkel bezwaar in heeft gezien op verzoek van zijn cliënten valse jaarstukken als stuk van overtuiging voor financiële instellingen op te stellen of, op verzoek van diezelfde cliënten, in retrospectief niet met de werkelijkheid overeenstemmende kasadministraties op te stellen. Dit soort handelen rekent de rechtbank hem op grond van zijn beroep, boekhouder, zwaarder toe dan aan degenen die niet over die kwaliteit beschikken. Door op deze wijze te handelen heeft hij het risico genomen dat het imago van de beroepsgroep waartoe hij behoort in negatieve zin wordt beïnvloed. De rechtbank zou verdachte in beginsel als bijkomende straf willen verbieden het beroep van boekhouder/administrateur ooit nog uit te oefenen, maar de wet biedt daartoe de mogelijkheid niet. Artikelen - 14a, 14b, 14c, 47, 57 en 225 van het Wetboek van Strafrecht; - 68 en 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, en een proeftijd van 2 jaar.
De uitspraak op rechtspraak.nl