Rb. 's-Gravenhage 30 november 2006, ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ4545

Bewaring/Awbi/onrechtmatig binnentreden De rechtbank heeft op grond van de gedingstukken vastgesteld dat is binnengetreden zowel ter huiszoeking in het kader van strafrechtelijk onderzoek als ook ter aanwending van bevoegdheden op grond van de Vw 2000. In de situatie waarover de AbRS heeft geoordeeld bij uitspraak van 28 april 2005 ging het om binnentreden ter controle van GBA-gegevens. In die zaak was binnengetreden voor slechts één enkel doel en is eerst in de woning op grond van een redelijk vermoeden van illegaal verblijf overgeschakeld naar de bevoegdheid van artikel 50 van de Vw 2000. In onderhavige zaak was het vermoeden al voor het binnentreden aanwezig en is binnengetreden met twee doelen. De rechtbank leest de bepalingen in artikel 1, eerste lid van de Awbi en artikel 1, vierde lid van de Awbi - bezien in onderling verband - aldus dat indien een aantal personen voor hetzelfde doel binnentreedt, genoemde bepalingen van de Awbi ten aanzien van legitimatie, het meedelen van het doel van het binnentreden en het vragen van toestemming tot binnentreden alleen gelden voor degene die de leiding heeft bij het binnentreden. De rechtbank leidt a contrario hieruit af, dat in geval er sprake is van binnentreden voor meerdere doelen, per doel aan de genoemde bepalingen van de Awbi moet worden voldaan. De rechtbank vindt voor deze uitleg steun in de Memorie van Toelichting van de Awbi (Memorie van Toelichting, Kamerstukken II, 1984-1985, nr. 3, pag. 6 en 11 tot en met 13). Uit de Memorie van Toelichting komt naar voren dat is beoogd de waarborgen voor de bewoner te versterken. Indien de bewoner toestemming tot binnentreden verleent, dient er sprake te zijn van een vrijelijk genomen beslissing, aan welke eis slechts is voldaan, indien verzekerd is dat de bewoner weet, aan wie en waartoe hij toestemming verleent. De rechtmatigheid van het binnentreden ter uitvoering van de strafrechtelijke huiszoeking staat niet ter toetsing aan de vreemdelingenrechter. Of er in het kader van het binnentreden ter strafrechtelijke huiszoeking al dan niet toestemming is gevraagd en verleend is derhalve een vraag die in dit geding niet aan de orde kan en zal komen. Het vorenstaande laat echter onverlet dat de rechtbank de rechtmatigheid van het binnentreden ter aanwending van bevoegdheden neergelegd in de Vw 2000 zal dienen te toetsen wanneer daarover, zoals in dit geval, door de vreemdeling is geklaagd. Uit het proces-verbaal blijkt dat de verbalisant zich bij binnentreden heeft gelegitimeerd en het doel van binnentreden kenbaar heeft gemaakt. Dit proces-verbaal meldt niet dat er toestemming om binnentreden is gevraagd. Uit het aanvullend proces-verbaal en uit een getuigenverklaring blijkt evenmin dat er toestemming is gevraagd en verleend voor het binnentreden ter uitoefening van de in de Vw 2000 toegekende bevoegdheden. Dat deze toestemming niet is gevraagd vindt ook steun in de verklaring van eiseres ter zitting. Nu geen toestemming voor het binnentreden is verleend - en overigens niet is gebleken van een schriftelijke machtiging als bedoeld in artikel 2, tweede lid van de Awbi met als doelvermelding aanwending van bevoegdheden op grond van de Vw 2000 - is het binnentreden ter uitoefening van de bevoegdheid toegekend in artikel 50 van de Vw 2000 in strijd met artikel 1, vierde lid van de Awbi en derhalve onrechtmatig geschied. Verweerder heeft geen belangen gesteld op grond waarvan zou moeten worden gezegd dat de schending van genoemd voorschrift uit de Awbi niet aan de rechtmatigheid van de bewaring in de weg staat. De omstandigheden die verweerder ten grondslag heeft gelegd aan het met de inbewaringstelling gemoeide belang van de openbare orde, geven daar evenmin blijk van. Gelet hierop en in aanmerking genomen de belangen ter bescherming waarvan het betrokken voorschrift strekt - het huisrecht en het privéleven - is de maatregel van bewaring bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd te achten. Derhalve wordt het beroep gegrond verklaard en de opheffing van de bewaring bevolen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen