Rb. 's-Gravenhage 4 oktober 2006, ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ4540
Bewaring / staandehouding. Met de gemachtigde van eiser is de rechtbank van oordeel dat uit het proces-verbaal van staandehouding niet inzichtelijk is geworden op grond van welke concrete feiten en omstandigheden, als bedoeld in artikel 51 van de Vw 2000, bij de motoragent een naar objectieve maatstaven gemeten redelijk vermoeden is gerezen welke bij hem de bevoegdheid deed ontstaan om de bestuurder van het voertuig te vorderen zijn vervoermiddel tot stilstand te brengen en naar een door hem aangewezen plaats over te brengen teneinde het voertuig te (laten) onderzoeken. [..] In casu heeft verweerder geen belangen gesteld op grond waarvan geoordeeld moet worden dat de niet-rechtmatige staandehouding niet aan de rechtmatigheid van de bewaring in de weg staat. [..] Gelet hierop en de belangen, ter bescherming waarvan het geschonden voorschrift strekt, is de maatregel van bewaring bij afweging van de daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd.
De uitspraak op rechtspraak.nl