Rb. 's-Gravenhage 6 december 2006, ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ4504

Stopzetting financiele verstrekkingen. Vergoeding kosten. Inkomsten uit arbeid. Art. 20 lid 2 Rva 2005. Omdat gebleken is dat eiseres vanaf juni 2003 en 2004 inkomsten uit arbeid heeft gehad, is bij verschillende besluiten van 28 januari 2005 (bip's) door het COA besloten de totale kosten van de opvang van eiseres over deze periode als eigen bijdrage in te houden. Daartoe zullen de wekelijkse financiële verstrekkingen voor voedsel, kleding en andere persoonlijke uitgaven voor de sociale eenheid van eiseres worden stopgezet en worden gebruikt om de maximale bijdrage af te lossen. De rechtbank stelt voorop dat deze besluiten moeten worden aangemerkt als besluiten tot vaststelling dat vergoeding verschuldigd is in de verleende kosten van opvang over de maanden juli 2003 tot en met december 2004, alsmede tot verrekening daarvan bij wijze van eigen bijdrage over de op dat moment nog te verlenen verstrekkingen. De besluiten tot vaststelling dat een vergoeding verschuldigd is, vinden rechtstreeks grondslag in artikel 20, tweede lid, van de Rva 2005 en zijn dientengevolge op een publiekrechtelijk rechtsgevolg gericht. Het voorgaande geldt naar het oordeel van de rechtbank eveneens voor het besluit tot verrekening van het teruggevorderde bedrag bij wijze van eigen bijdrage. Hoewel dit niet uitdrukkelijk uit de bewoordingen blijkt, kan deze bevoegdheid naar het oordeel van de rechtbank eveneens worden ontleend aan artikel 20, tweede lid, van de Rva. De rechtbank vindt steun voor dit oordeel in het systeem van de Rva 2005 betreffende opvang en het verlenen van verstrekkingen gedurende de opvang en in de omstandigheid dat de bevoegdheid tot verrekening als een accessoire bevoegdheid moet worden beschouwd. De rechtbank wijst in dit verband op de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep van 7 oktober 2003, 00/6414 AAW, gepubliceerd in JB 2003/352 en 2 augustus 1995, AAW/WAO 94/213, LJN ZB2259.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen