Rb. 's-Gravenhage 3 november 2006, ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ3612
Parkeerbelastingen. Ter zitting is vast komen te staan dat eiser in de onderhavige situatie voor de voldoening van de verschuldigde parkeerbelasting slechts gebruik kon maken van een rekeninggebonden chipkaart alsmede dat de mogelijkheid om bij andere, nabijgelegen parkeerautomaten met contant geld te betalen, voor eiser niet kenbaar was. Het een en ander brengt mee dat in het onderhavige geval niet is voldaan aan het bepaalde in artikel 1a, tweede lid, van het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen. Mitsdien kan niet worden gezegd dat de wijze van heffing van de parkeerbelasting op de locatie waar eiser zijn auto heeft geparkeerd, aan de wettelijke vereisten voldoet. De naheffingsaanslag dient te worden vernietigd.
De uitspraak op rechtspraak.nl