Rb. 's-Gravenhage 16 november 2006, ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ3334
Verzoek ex artikel 2:298 lid 1 BW om het bestuur van de Stichting CAOP te ontslaan, alsmede om hangende het onderzoek, op voet van artikel 2:298 lid 2 de bestuurders te schorsen. De rechtbank concludeert dat het bestuur van de Stichting te kort is geschoten in de aanpak van de BTW-kwestie alsmede in de op haar rustende wettelijke en statutaire verplichtingen ten aanzien van het opstellen en deponeren van de jaarrekeningen, respectievelijk dat in zoverre is voldaan aan de voorwaarden als omschreven in artikel 2:298 lid 1 BW, op grond waarvan de rechtbank ontslag kan verlenen. Gebleken is echter tevens dat het bestuur van de Stichting bedoelde tekortkomingen inmiddels deels heeft hersteld dan wel daartoe toezeggingen heeft gedaan, waardoor de gevolgen van deze tekortkomingen de continuïteit van de Stichting niet echt in gevaar hebben gebracht. Hoewel de rechtbank zich enerzijds tevens afvraagt in hoeverre juist is de stelling van verzoekers dat het bestuur van de Stichting een management of fear bevordert, staat anderzijds vast dat de OR zich tegen het beoogde ontslag van de bestuurders heeft uitgesproken. Bovendien wordt een statuten- en structuurwijziging voorbereid, zij het dat niet helder is wanneer deze hun beslag zullen krijgen. Onder deze omstandigheden bestaat naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende aanleiding om over te gaan tot het ontslag en de schorsing van het bestuur van de Stichting. De rechtbank wijst het verzoek af.
De uitspraak op rechtspraak.nl