Rb. 's-Gravenhage 9 oktober 2006, ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ1682

Bewaring / schending recht op rechtsbijstand / belangenafweging. Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, is op 21 september 2006 in vreemdelingenbewaring gesteld. Voor de inbewaringstelling is eiser gehoord ex artikel 59 Vw 2000 zonder aanwezigheid van een raadsman. Eiser stelt zich op het standpunt dat hij uitdrukkelijk heeft verzocht om rechtsbijstand, maar dat uit het dossier niet is gebleken dat verweerder tijdig en derhalve voor het horen de piketcentrale heeft ingelicht omtrent het verzoek om rechtsbijstand. Eiser voert aan dat uit het dossier blijkt dat pas na het horen automatisch een fax naar de piketcentrale is verzonden, en dat zijn gemachtigde pas de volgende dag de melding heeft ontvangen. Derhalve is er sprake van schending van het recht op rechtsbijstand en heeft verweerder niet de vereiste wachttijd in acht genomen. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat er vóór de inbewaringstelling al handmatig een fax is uitgegaan naar de piketcentrale en dat er is voldaan aan de formele vereisten. De rechtbank heeft verweerder verzocht om toezending van het faxjournaal van de gestelde handmatig verzonden fax teneinde de door verweerder gestelde gang van zaken omtrent de piketmelding aannemelijk te maken. Verweerder heeft hier echter geen gehoor aan gegeven, maar heeft de rechtbank een proces-verbaal van bevindingen doen toekomen welke enkel mededelingen uit tweede hand behelst. Van de handmatige piketmelding zijn geen bewijsstukken in het dossier aanwezig. De rechtbank is dan ook van oordeel dat in het onderhavige geval sprake is van schending van artikel 5.2, vijfde lid, Vb 2000. De in dit artikellid vastgelegde recht op rechtsbijstand is een bijzondere toepassing van het in artikel 18 Grondwet opgenomen recht van een ieder om zich in rechte te doen bijstaan. De rechtbank benadrukt dat dit grondrecht van bijzonder belang is voor individuen die van hun vrijheid zijn beroofd, zoals ook uitdrukkelijk in de toelichting op artikel 18 Gw is opgenomen. De rechtbank overweegt echter dat hoewel, zoals hierboven betoogd, de schending van eisers recht op rechtsbijstand in beginsel gekwalificeerd dient te worden als een ernstige schending van het recht, dit in het onderhavige geval niet behoeft te leiden tot opheffing van de maatregel van bewaring gelet op de in artikel 94, vierde lid, Vw 2000 neergelegde belangafweging. De rechtbank acht daarbij van belang dat eiser de juistheid van de in het proces-verbaal van het gehoor ex artikel 59 Vw 2000 opgenomen verklaringen niet heeft betwist en heeft aangegeven nog steeds achter die verklaringen te staan. Beroep ongegrond, afwijzing verzoek om schadevergoeding.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen