Rb. 's-Gravenhage 22 juni 2006, ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ1480

Regulier / ambtshalve beslissing / tijdsverloop / artikel 3.77 Vb 2000 / artikel 1F VSV. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat eiser op grond van artikel 3.77 Vb 2000 niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking “tijdsverloop in de asielprocedure”. De rechtbank is allereerst van oordeel dat verweerder in het bestreden besluit ten onrechte heeft verwezen naar artikelen die zien op de beperking “verblijf als alleenstaande minderjarige” terwijl eiser een beroep heeft gedaan op de beperking “tijdsverloop in de asielprocedure”. Verder is de rechtbank van oordeel dat verweerder ten onrechte heeft verwezen naar artikel 3.6, onder b, Vb 2000, nu dit onderdeel niet ziet op de juiste beperking én dit onderdeel bij besluit van 10 september 2003 is komen te vervallen. Voorts heeft verweerder erkend dat in het bestreden besluit de weigering ten onrechte is gebaseerd op artikel 3.77 Vb 2000, nu er in het onderhavige geval sprake is van een ambtshalve beslissing en geen aanvraag. De rechtbank onderschrijft niet het standpunt van verweerder dat het bestreden besluit de rechtelijke toets toch kan doorstaan nu door middel van de verwijzing naar het beleid de juiste juridische grondslag is opgenomen. Verweerder heeft verwezen naar het beleid in paragraaf C2/9.3, B1/2.2.4 en C1/5.13.3 Vc 2000. In die laatste paragraaf is bepaald dat indien artikel 1F VSV van toepassing is de vreemdeling op grond van artikel 3.77, Vb 2000, evenmin in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier. Nu in het toepasselijke beleid opnieuw wordt verwezen naar artikel 3.77 Vb 2000, ontbreekt naar het oordeel van de rechtbank een juiste juridische grondslag voor de weigering. Beroep gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen