Rb. 's-Gravenhage 14 september 2006, ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ1062
Afgifte inlegblad en sticker Verblijfsaantekening algemeen. Verweerder heeft terecht geconcludeerd dat verzoeker niet in aanmerking komt voor een ‘W-document’ of een ‘W2-document’ dat geldt als document ter vaststelling van de identiteit, nationaliteit en verblijfsrechtelijke positie van de vreemdeling. Verweerder heeft zich voorts terecht op het standpunt gesteld dat verzoeker zich ter verkrijging van een identiteitsdocument dient te wenden tot de Slowaakse autoriteiten. Uit de verklaring van de Slowaakse autoriteiten van 13 juni 2006 blijkt immers dat de Slowaakse autoriteiten de Slowaakse nationaliteit van verzoeker bevestigen. De voorzieningenrechter stelt echter vast dat verzoeker voorts heeft verzocht om een document waaruit zijn verblijfsrechtelijke positie blijkt. Omdat verzoeker in afwachting is van een besluit tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier en daarom op grond van artikel 8, aanhef en onder f, Vw 2000 rechtmatig verblijf in Nederland heeft, komt verzoeker op grond van artikel 3.3, eerste lid, aanhef en onder b, VV 2000 in aanmerking voor een ‘sticker Verblijfsaantekening Algemeen’. De voorzieningenrechter kan niet het standpunt van verweerder volgen dat verzoeker eerst in het bezit dient te zijn van een (Slowaaks) paspoort, waarin de sticker wordt geplaatst. Ingevolge artikel 3.8, eerste lid, aanhef en onder a, VV 2000 wordt de sticker weliswaar geplaatst in het document voor grensoverschrijding van de vreemdeling, maar indien de vreemdeling geen geldig document voor grensoverschrijding heeft, wordt op grond van artikel 3.8, eerste lid, aanhef en onder b, VV 2000 en artikel 4.29, derde lid, onder d, Vb 2000 de sticker geplaatst op een afzonderlijk inlegblad. De omstandigheid dat verzoeker wel een document voor grensoverschrijding kan aanvragen is in dit verband op grond van genoemde bepalingen niet van betekenis.
De uitspraak op rechtspraak.nl