Rb. 's-Gravenhage 15 augustus 2006, ECLI:NL:RBSGR:2006:AY8801
Bij rekest heeft verzoeker verweerder verzocht om hem na afloop van zijn uitzending naar Afghanistan, te weten in de loop van augustus 2006, voor vervroegde uitdiensttreding in aanmerking te brengen. Dit verzoek is afgewezen. Verweerder heeft aan zijn weigering verzoeker voor eervol ontslag in aanmerking te brengen ten grondslag gelegd dat de functie van terreinanalist als knelpuntfunctie wordt aangemerkt. De vraag staat centraal of in het geval van verzoeker sprake is van zodanig bijzondere omstandigheden dat op grond daarvan in alle redelijkheid het dienstbelang bij voortzetting van de aanstelling moet wijken voor het persoonlijk belang. De voorzieningenrechter is (...) van oordeel dat verweerder evengenoemde feiten en omstandigheden niet of onvoldoende heeft betrokken bij de afweging die hij dient te maken tussen het defensiebelang bij het houden van eiser aan zijn dienverplichting en het persoonlijk belang van eiser bij het kunnen verlaten van de dienst. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe, in die zin dat verzoeker tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar wordt behandeld als ware hem met ingang van 1 september 2006 ontslag verleend...
De uitspraak op rechtspraak.nl