Rb. 's-Gravenhage 28 augustus 2006, ECLI:NL:RBSGR:2006:AY7325

Ter beoordeling is of de Staat bevolen moet worden de in bijlage E bij de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet opgenomen nauwkeurigheidsnorm waaraan de bemonsteringsapparatuur voor dierlijke meststoffen moet voldoen, jegens eisers buiten toepassing te laten. Een dergelijke maatregel komt in kort geding slechts voor toewijzing in aanmerking indien de regeling onmiskenbaar onverbindend is. Aan de (materiële) wetgever komt een grote mate van beleids- c.q. beoordelingsvrijheid toe, hetgeen meebrengt dat de rechter terughoudendheid dient te betrachten bij zijn oordeel omtrent het buiten toepassing laten van algemene voorschriften. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter hebben eisers niet aannemelijk gemaakt dat de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet onmiskenbaar onverbindend is. De Staat handelt dan ook niet onrechtmatig door deze regeling te handhaven.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen