Rb. 's-Gravenhage 6 april 2006, ECLI:NL:RBSGR:2006:AY6988

Aftrekbeperking art. 13, eerste lid, Wet Vpb. Deelnemingen in landen buiten de EU/EER. Verboden beperking vrijheid van kapitaalverkeer? Art. 56 en 57 EG-Verdrag (EG). Eiseres houdt alle aandelen in een Australische deelneming en heeft voor deze deelneming kosten gemaakt. In geschil is of deze kosten terecht niet in aftrek zijn toegelaten. De rechtbank overweegt dat bij een kapitaaldeelname in een vennootschap sprake is kapitaalverkeer, ongeacht het percentage waarvoor wordt deelgenomen. De beperking van kapitaalverkeer is in dit geval een zelfde als in het Bosal-arrest (HvJ 18 september 2003) en deze is op grond van art. 56 EG ook tussen Lid-Staten en derde landen verboden. De werkingssfeer van art. 56 EG wordt echter beperkt door art. 57, eerste lid, EG, op grond van welke bepaling beperkingen inzake het kapitaalverkeer naar of uit derde landen in verband met onder meer directe investeringen en vestiging, die op 31 december 1993 al bestonden wel zijn toegelaten. De rechtbank verwerpt het standpunt van eiseres dat de uitzondering van art. 57, eerste lid, EG alleen van toepassing is op beperkingen die uitsluitend betrekking hebben op kapitaalverkeer met derde landen. De rechtbank oordeelt voorts dat bij kapitaaldeelname in een vennootschap sprake is van directe investeringen in de zin van genoemde bepaling, ook als het betreft minderheidsdeelnemingen. De wijziging in artikel 13, eerste lid, Wet Vpb van 24 december 1996 (valutaresultaten) is zodanig specifiek en aan het geheel ondergeschikt dat niet kan worden geoordeeld dat de aftrekbeperking niet als een op 31 december 1993 bestaande beperking is te beschouwen. De rechtbank oordeelt tevens nog dat het wettelijke gemaakte onderscheid tussen deelnemingen die in een lidstaat zijn gevestigd en deelnemingen die in een derde land zijn gevestigd niet in strijd is met het discriminatieverbod van art.26 IVBPR en art. 14 EVRM. Het beroep wordt verworpen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen