Rb. 's-Gravenhage 24 juli 2006, ECLI:NL:RBSGR:2006:AY6520
Schriftelijke toegangsweigering / WBV 2006/16. Het beleid van verweerder, neergelegd in A2/5.2.1 Vc 2000 en gewijzigd bij WBV 2006/16, is aan te merken als een algemene aanwijzingsbevoegdheid aan de ambtenaar belast met de grensbewaking op grond van artikel 48, tweede lid, Vw 2000. In A3/1.6 Vc 2000 is immers neergelegd dat de algemene aanwijzingen door verweerder worden gegeven in de Vreemdelingencirculaire 2000. In de Memorie van Toelichting bij artikel 48 Vw 2000 is aangegeven dat de algemene aanwijzingen het karakter hebben van beleidsregels. De bevoegdheid om beleidsregels vast te stellen ontleent verweerder rechtstreeks aan artikel 4:81 Awb. Uit het voorgaande volgt, anders dan de voorzieningenrechter heeft overwogen in de uitspraak waarop verweerder zich heeft beroepen, dat de bevoegdheid van verweerder tot het geven van de algemene aanwijzingen, neergelegd in A2/5.2.1 Vc 2000, is gebaseerd op een wettelijke grondslag. De eis van schriftelijkheid is naar het oordeel van de voorzieningenrechter een vormvoorschrift over de wijze waarop de toegang moet worden geweigerd. Er is echter geen grond om de schending van dit vormvoorschrift met toepassing van artikel 6:22 Awb te passeren, zoals door verweerder bepleit. Daartoe overweegt de voorzieningenrechter dat in het bepaalde van artikel 13, tweede lid, Verordening (EG) 562/2006 en de wijze waarop verweerder die bepaling in WBV 2006/16 heeft uitgelegd, een dermate essentiële rechtswaarborg ligt besloten dat voor het in stand laten van het besluit en een beoordeling van de vraag of verzoekster door de schending van het vormvoorschrift is benadeeld, als bedoeld in artikel 6:22 Awb, geen plaats is. Nog daargelaten dat uit het bestreden besluit niet blijkt dat verweerder in het onderhavige geval van zijn in artikel 4:84 Awb gegeven bevoegdheid gebruik gemaakt heeft, is de voorzieningenrechter niet gebleken van bijzondere omstandigheden. Dat het beleid niet in alle gevallen van meet af aan juist is toegepast, zoals door verweerder ter zitting gesteld, is niet zodanige omstandigheid. Beroep gegrond, afwijzing verzoek.
De uitspraak op rechtspraak.nl