Rb. 's-Gravenhage 1 augustus 2006, ECLI:NL:RBSGR:2006:AY5735

Centraal-Irak / Categoriaal beschermingsbeleid / Richtlijn 2004/83/EG / subsidiaire-beschermingsstatus. Eiser is afkomstig uit Centraal-Irak en heeft op 4 december 1999 een asielaanvraag ingediend. De procedure ten aanzien van die aanvraag is afgesloten met een onherroepelijke uitspraak. Op 15 september 2005 heeft eiser wederom een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel ingediend. Deze aanvraag heeft hij onder meer gebaseerd op het door verweerder gevoerde categoriaal beschermingsbeleid ten aanzien van Centraal-Irak. Eiser heeft tevens een beroep gedaan op Richtlijn 2004/83/EG, met name artikel 23 inzake de instandhouding van het gezin omdat aan zijn zoontje een verblijfsvergunning op de d-grond is verleend. Artikel 4:6 Awb is niet van toepassing nu de aanvraag is gedaan onder een ander rechtsregime. De wijziging van het recht had uitsluitend betrekking op het instellen van het beleid omtrent categoriale bescherming. Het categoriaal beschermingsbeleid ziet evenwel naar zijn aard louter op de verlening van vergunningen op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw 2000 en noopt derhalve niet tot een hernieuwde rechterlijke beoordeling van het besluit ten aanzien van de overige in dat artikel genoemde gronden. Daarvoor is slechts plaats voor zover eiser aan zijn aanvraag nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden ten grondslag heeft gelegd die daarop zien. Eiser komt niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning op de d-grond omdat hij een gevaar vormt voor de openbare orde. Eisers beroep op Richtlijn 2004/83/EG kan niet slagen nu de implementatietermijn van deze Richtlijn nog niet is verstreken. Zijn beroep op deze Richtlijn gaat overigens niet op. Ingevolge artikel 23, tweede lid waarborgen de lidstaten dat gezinsleden van de personen met de vluchtelingenstatus of de subsidiaire-beschermingsstatus die zelf niet in aanmerking komen voor die statussen, aanspraak kunnen maken op de in de artikelen 24 tot en met 34 van de richtlijn genoemde voordelen, overeenkomstig de nationale procedures en voorzover verenigbaar met de juridische status van het gezinslid. Ten aanzien van de gezinsleden van personen met de subsidiaire-beschermingsstatus kunnen de lidstaten de voorwaarden voor de betrokken voordelen bepalen. Ingevolge het vierde lid kunnen de lidstaten evenwel de verleende rechten genoemd in het eerste lid weigeren, beperken of intrekken om redenen van nationale veiligheid of openbare orde. Nu verweerder eiser een verblijfsvergunning op de d-grond heeft onthouden wegens gevaar voor de openbare orde kan eisers beroep op Richtlijn 2004/83/EG ook om die reden niet slagen. Beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen