Rb. 's-Gravenhage 23 maart 2006, ECLI:NL:RBSGR:2006:AX9645
Rechtbank 's-Gravenhage volgt verweerder niet in stelling dat niet zij, maar rechtbank Dordrecht (relatief) bevoegd zou zijn omdat sprake zou zijn van besluit van een bestuursorgaan van een met toepassing van de Wet gemeenschappelijke regelingen ingesteld openbaar lichaam (SVHW). De directeur van dat lichaam is door het college van b. en w. van een binnen het arrondissement van rechtbank 's-Gravenhage gelegen gemeente immers aangewezen als heffingsambtenaar als bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet. Gemeenschappelijke regeling geeft niet aan dat deelnemende gemeenten bevoegdheden van heffingsambtenaar op voet van artikel 10, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen aan het SVHW hebben overgedragen. Rioolrecht is terecht geheven. Verweerder heeft aan hand van tekening aannemelijk gemaakt dat in 2004 vanuit woning van eiser afvalwater op de buitendijks gelegen gemeentelijke riolering werd afgevoerd.
De uitspraak op rechtspraak.nl