Rb. 's-Gravenhage 13 april 2006, ECLI:NL:RBSGR:2006:AX7213

Uitzetting / uitlevering / strafvervolging. Verzoeker stelt zich op het standpunt dat de voorgenomen uitzetting naar Servië en Montenegro onrechtmatig is, nu deze wegens de strafvervolging die hij heeft te duchten in Servië en Montenegro moet worden beschouwd als een verkapte uitlevering, zonder dat daarbij de rechtswaarborgen van de uitleveringsprocedure zijn nageleefd. Er wordt zodoende misbruik gemaakt van de vreemdelingenrechtelijke procedure. De voorzieningenrechter overweegt dat met verwijzing naar de arresten van de Hoge Raad, 13 september 1963 (NJ 1963, 509) en15519 van 18 november 1994 (NJ 1996, 579) de uitzetting enkel een onderzoek vergt naar de vraag of de voorgenomen uitzetting van verzoeker naar juist Servië en Montenegro berust op gronden die deze kunnen rechtvaardigen alsmede naar de vraag of verweerder tot dit voornemen werd bewogen door andere drijfveren dan door de wens verzoeker van Nederlands grondgebied te verwijderen. Gesteld noch gebleken is dat uitzetting kan plaatsvinden naar een ander land dan Servië en Montenegro. De uitzetting berust op gronden die deze kunnen rechtvaardigen. Voorts kan niet worden geoordeeld dat verweerder werd bewogen door andere drijfveren dan door de wens verzoeker van Nederlands grondgebied te verwijderen. Afwijzing verzoek.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen