Rb. 's-Gravenhage 30 mei 2006, ECLI:NL:RBSGR:2006:AX6829

Bewaring / gemeenschapsonderdaan / Richtlijn 2004/38/EG. Uit de Nota van Toelichting blijkt dat het nieuwe artikel 8.8, vierde lid, Vb 2000 ontleend is aan artikel 5, vierde lid, Richtlijn 2004/38/EG. Ingevolge die bepaling stelt Nederland de burger van de Unie die niet over de vereiste reisdocumenten of visa beschikt, alvorens tot uitzetting over te gaan binnen redelijke grenzen in de gelegenheid de vereiste documenten te verkrijgen of binnen een redelijke termijn te laten bezorgen, dan wel op andere wijze te laten vaststellen of te bewijzen dat hij het recht van vrij verkeer en verblijf geniet. Het vierde lid verplicht niet tot toegangverlening bij een enkel beroep op vrij verkeer, maar strekt ertoe de uitzetting binnen de grenzen van het redelijke op te schorten totdat de vreemdeling zijn aanspraak genoegzaam heeft kunnen staven. Vast staat dat eiseres geen geldige identiteitskaart of geldig paspoort heeft overgelegd om haar beroep op een aan het EG-Verdrag ontleend verblijfsrecht te staven. Evenzeer staat vast dat eiseres het bewijs van haar identiteit en nationaliteit niet met andere middelen heeft geleverd. Naar het oordeel van de rechtbank stond de stelling van eiseres dat zij de Italiaanse nationaliteit heeft niet aan toepassing van artikel 59 Vw 2000 in de weg, nu eiseres van 19 april 2006 tot 3 mei 2006 - derhalve voorafgaand aan de inbewaringstelling - de gelegenheid heeft gehad om alsnog ondubbelzinnig haar nationaliteit aan te tonen, en zij hiervan geen gebruik heeft gemaakt. De stelling van eiseres dat verweerder ten onrechte niet zelfstandig onderzoek naar de nationaliteit van eiseres heeft gedaan, volgt de rechtbank niet. De rechtbank is van oordeel dat een zodanige verplichting niet voortvloeit uit de redactie van artikel 8.8, vierde lid, Vb 2000 of van artikel 5, vierde lid, Richtlijn 2004/38. Beroep ongegrond, afwijzing verzoek om schadevergoeding.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen