Rb. 's-Gravenhage 19 mei 2006, ECLI:NL:RBSGR:2006:AX6775

Mvv-aanvraag / kennismigrantenregeling / motivering / dwangsom. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het standpunt van verweerder dat er redenen bestaan om te vermoeden dat het afgesproken salaris hoger is dan feitelijk zal worden betaald, feitelijke grondslag mist. Het bestreden besluit is in zoverre dan ook ondeugdelijk gemotiveerd. Gegeven het feit dat verweerder geen andere argumenten aan zijn standpunt ten grondslag heeft gelegd en bij het ontbreken van enig ander signaal, moet het er naar het oordeel van de voorzieningenrechter voor worden gehouden dat referent en verzoeker een reëel salaris zijn overeengekomen en dat deze afspraak zal worden nagekomen. Voor zover verweerder tevens heeft beoogd te stellen dat nu verzoeker geen marktconform salaris ontvangt, de hoogte van het salaris dat zal worden uitbetaald geen weerspiegeling is van de waarde die verzoeker vertegenwoordigt op de Nederlandse arbeidsmarkt, zodat verzoeker niet als kennismigrant kan worden beschouwd, overweegt de voorzieningenrechter dat dit standpunt van verweerder betekent dat tevens wordt getoetst of het salaris van verzoeker overeenkomt met het marktconforme salaris voor dit soort functies. Voor een dergelijke visie is echter geen grondslag te vinden in het beleid en de regelgeving inzake kennismigranten. De voorzieningenrechter ziet aanleiding de gevraagde voorziening toe te wijzen en draagt verweerder op om verzoeker uiterlijk binnen een week na verzending van deze uitspraak te behandelen als ware hij in bezit van een machtiging tot voorlopig verblijf als kennismigrant.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen