Rb. 's-Gravenhage 10 mei 2006, ECLI:NL:RBSGR:2006:AX4370
Vrijheidsbeperkende maatregel / artikel 54 en 56 Vw 2000 / meewerken aan terugkeer. Aan de vreemdeling is op 23 maart 2006 een maatregel opgelegd op grond van artikel 54 en 56 Vw 2000. Daarbij is de vreemdeling opgedragen zich met ingang van 19 mei 2006 op te houden in de gemeente Vlagtwedde en zich eenmaal per dag te melden bij de vreemdelingenpolitie op het uitzetcentrum aldaar. De vreemdeling heeft in beroep gesteld dat de maatregel ontijdig is opgelegd, nu niet op voorhand kan worden gesteld dat hij onvoldoende meewerkt aan zijn terugkeer. De rechtbank is van oordeel dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom reeds op 23 maart 2006 op voorhand al duidelijk was dat eiser de daaropvolgende acht weken onvoldoende zou meewerken aan zijn terugkeer. De rechtbank overweegt daarbij dat verweerder de maatregel direct na afloop van het eerste verstrekgesprek heeft opgelegd, terwijl verweerder geen concrete redenen heeft aangedragen op grond waarvan de rechtbank tot het oordeel dient te komen dat een dergelijke maatregel reeds aanstonds is geïndiceerd. Daarnaast is het de rechtbank niet gebleken dat eiser in het geheel geen activiteiten heeft verricht. Voor eiser is een tweede vertrekgesprek gepland op 27 april 2006. Hoewel de rechtbank het niet ondenkbaar acht dat de maatregel onder omstandigheden reeds voor het verstrijken van de acht weken kan worden opgelegd, is de rechtbank, gelet op het vorenstaande, van oordeel dat op moment van opleggen van de maatregel op 23 maart 2006 niet aan de daarvoor geldende voorwaarden is voldaan. Beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl