Rb. 's-Gravenhage 12 april 2006, ECLI:NL:RBSGR:2006:AW2563
Wedertoelating / Suriname. Verzoekster doet een beroep op artikel 3.53 Vb 2000 in het kader van wedertoelating. Verweerder stelt zich op het standpunt dat zij niet in aanmerking komt voor dit beleid omdat zij haar Nederlandse nationaliteit is verloren door de Toescheidingsovereenkomst inzake nationaliteiten tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname (hierna: Toescheidingsovereenkomst). De voorzieningenrechter is van oordeel dat verweerder terecht dit standpunt heeft ingenomen. Verzoekster heeft tot 1977 in Nederland gewoond en de Nederlandse nationaliteit bezeten. Hierna heeft zij zich gevestigd in Suriname. Op grond van artikel 5, tweede lid, van de Toescheidingsovereenkomst heeft zij in 1979, na twee jaar verblijf in Suriname, van rechtswege de Surinaamse nationaliteit verkregen en haar Nederlandse nationaliteit verloren. Dit wordt ondersteund door de door verzoekster overgelegde verklaring van het Bureau voor Burgerzaken te Paramaribo.
De uitspraak op rechtspraak.nl