Rb. 's-Gravenhage 9 december 2005, ECLI:NL:RBSGR:2005:AV1922
[...] De rechtbank begrijpt het verweer van de man aldus: Primair verzoekt de man de rechtbank om zich onbevoegd te verklaren, althans de verzoeken van de vrouw af te wijzen, nu er volgens hem sprake is van een non-existent huwelijk. De man verzoekt voor dat geval voorts zelfstandig om een verklaring voor recht dat er een non-existent huwelijk gesloten is tussen partijen op 14 februari 1991 te Khartoum (Soedan), althans het huwelijks nietig te verklaren. Subsidiair, indien de rechtbank van oordeel is dat er sprake is van een rechtsgeldig huwelijk, refereert de man zich aan het oordeel van de rechtbank voor wat betreft de verzochte echtscheiding. Voorts is de man akkoord met de verzochte kinderbijdrage en partneralimentatie. De man voert thans nog verweer tegen het verzochte bevel tot verdeling van de huwelijksgemeenschap, kosten rechtens. [...]
De uitspraak op rechtspraak.nl