Rb. 's-Gravenhage 19 december 2005, ECLI:NL:RBSGR:2005:AV0856

Imam / verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd / godsdienstvrijheid / discriminatie. Eiser, een imam, heeft reeds meer dan vijf jaar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking arbeid in loondienst als geestelijk voorganger of godsdienstleraar. Hij vraagt nu om een verblijfvergunning regulier voor onbepaalde tijd. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen op grond van artikel 21, eerste lid, aanhef en onder f, Vw 2000. Eiser stelt dat de onmogelijkheid om als imam een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd te verkrijgen in strijd is met de vrijheid van godsdienst zoals beschermd door de artikelen 18 en 27 IVBPR en artikel 9 EVRM. Verder doet eiser een beroep op het discriminatieverbod van artikel 14 EVRM gelezen in samenhang met artikel 9 EVRM. Eiser stelt dat er sprake is van discriminatie, nu aan “gewone” werknemers na vijf jaar verblijf wel verblijf voor onbepaalde tijd wordt toegestaan en aan eiser niet, alleen omdat hij werkt als geestelijk voorganger. De rechtbank overweegt dat onder verwijzing naar artikel 21, eerste lid, aanhef en onder f, Vw 2000 juncto artikel 3.5, tweede lid, aanhef en onder d, Vb 2000 dat eiser niet in aanmerking kan komen voor een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd. Dat eiser als gevolg hiervan elk jaar om verlenging van zijn verblijfsvergunning moet vragen, maakt niet dat hij wordt belemmerd in het uitoefenen van zijn godsdienst zoals beschermd in de eerdergenoemde verdragsbepalingen. Ten aanzien van het beroep op het discriminatieverbod van artikel 14 EVRM in relatie tot artikel 9 EVRM kan de rechtbank eiser volgen in zijn standpunt dat er sprake is van ongelijke behandeling van vreemdelingen met een godsdienstige functie ten opzichte van vreemdelingen met een niet-godsdienstige functie. De rechtbank is echter van oordeel dat er een redelijk doel is voor het gemaakte onderscheid tussen de aard van het verblijfsrecht van eiser als geestelijk voorganger en de aard van het verblijfsrecht van vreemdelingen van andere beroepsgroepen en voorts dat het onderscheid tussen vreemdelingen met een godsdienstige functie, zoals eiser, ten opzichte van vreemdelingen met een niet-godsdienstige functie, niet ongerechtvaardigd is. Beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen