Rb. 's-Gravenhage 22 november 2005, ECLI:NL:RBSGR:2005:AV0501
[...] Verweerder heeft zich met een beroep op artikel 48, tweede lid en onder a, van de WWB op het standpunt gesteld dat hoewel in beginsel grond is de gevraagde bijstand als gift toe te kennen, er bijzondere omstandigheden zijn welke rechtvaardigen dat de bijstand in de vorm van een lening wordt verstrekt. Ingevolge dit artikellid wordt bijstand in de vorm van een geldlening verstrekt, indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de belanghebbende op korte termijn over voldoende middelen zal beschikken om over de betreffende periode in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien. Volgens verweerder kon worden aangenomen dat eiser na de verkoop van zijn woning over voldoende vermogen zou beschikken om de leenbijstand te kunnen terugbetalen. [...]
De uitspraak op rechtspraak.nl