Rb. 's-Gravenhage 21 december 2005, ECLI:NL:RBSGR:2005:AU8416
Richtlijn 2003/86/EG / gezinshereniging / geen juiste omzetting in nationaal beleid. De rechtbank oordeelt dat het begrip ‘feitelijk behoren tot het gezin’ in artikel 3.14, aanhef en onder c, Vb 2000 en uitgewerkt in B2/6.4.2 Vc 2000 niet in overeenstemming is met het gemeenschapsrechtelijk begrip ‘werkelijk gezinsleven’ als bedoeld in artikel 16, eerste lid, aanhef en onder b, Richtlijn 2003/86/EG van 22 september 2003 inzake het recht op gezinshereniging. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat uit de tekst van en de toelichting op artikel 16, eerste lid, onder b, van de Richtlijn, bezien in samenhang met artikel 5 van de Richtlijn, volgt dat het begrip 'werkelijk gezinsleven' feitelijk van aard is, in die zin dat een verzoek om gezinshereniging niet kan worden afgewezen zonder dat een individuele, op feiten en omstandigheden gebaseerde beoordeling naar het realiteitsgehalte van het gezinsleven heeft plaatsgevonden. Het beleid van verweerder, voor zover in beginsel wordt aangenomen dat de feitelijke gezinsband tussen de ouder(s) en het kind is verbroken, indien de scheiding tussen de ouder(s) en het kind langer dan vijf jaar heeft geduurd, verdraagt zich niet met artikel 16, eerste lid onder b, van de Richtlijn. De vooronderstelling van verbreking van de gezinsband in deze beleidsregel impliceert immers afwijzing van de aanvraag zonder dat een op het individuele geval toegespitste beoordeling van het realiteitsgehalte van het gezinsleven heeft plaatsgevonden. Voorts volgt de rechtbank verweerder niet in zijn stelling dat hoofdstuk B2/6.4.2.2 Vc 2000 slechts een omkering van de bewijslast bevat in gevallen waarin de scheiding tussen ouder(s) en kind langer dan vijf jaar heeft geduurd en het alsdan aan hen is om aan te tonen dat de feitelijke gezinsband niet is verbroken. Geconcludeerd wordt dat verweerder artikel 16, eerste lid, onder b, van de Richtlijn niet juist in het nationale recht heeft omgezet en verweerder het beleid, voor zover daarin in beginsel wordt aangenomen dat de feitelijke gezinsband tussen de ouder(s) en het kind is verbroken, indien de scheiding langer dan vijf jaar heeft geduurd, buiten toepassing had dienen te laten. Nu dat niet is gebeurd, wordt het bestreden besluit vernietigd. Beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl