Rb. 's-Gravenhage 14 december 2005, ECLI:NL:RBSGR:2005:AU8217
Bewaring / artikel 59, derde lid, Vw 2000 / redelijke wetsuitleg / openbare orde en nationale veiligheid / imam Al Fourkaan moskee. Ingevolge artikel 59, derde lid, Vw 2000 blijft bewaring van een vreemdeling achterwege indien en wordt beëindigd zodra hij te kennen geeft Nederland te willen verlaten en hiertoe voor hem ook gelegenheid bestaat. De rechtbank volgt eiser voor zover is gesteld dat sprake is van een imperatief geformuleerde bepaling, die als zodanig geen ruimte laat voor een belangenafweging. Naar het oordeel van de rechtbank brengt een redelijke wetsuitleg evenwel met zich dat verweerder in het onderhavige geval, waarin sprake is van een bijzondere aanwijzing als bedoeld in artikel 48, tweede lid, Vw 2000 om eiser in het belang van de nationale veiligheid in bewaring te stellen en een zwaarwegend belang gelegen in de openbare orde in verband met eisers ongewenstverklaring, niet gehouden is naar aanleiding van de enkele verklaring van eiser dat hij Nederland wil verlaten de bewaring achterwege te laten of te beëindigen en daarmee het risico te aanvaarden dat eiser zijn toezegging niet gestand doet, niet zelf vrijwillig vertrekt en zich aan uitzetting onttrekt. In dit verband wordt mede verwezen naar de Afdelingsuitspraak 200501250/1 van 29 maart 2005. Verweerder heeft gezien het voorgaande geen aanleiding hoeven zien het bepaalde in artikel 59, derde lid, Vw 2000 toepasselijk te achten. Beroep ongegrond, afwijzing verzoek om schadevergoeding.
De uitspraak op rechtspraak.nl