Rb. 's-Gravenhage 28 november 2005, ECLI:NL:RBSGR:2005:AU7012
Intrekking verblijfsvergunning / vergewisplicht / ambtsbericht AIVD. Verweerder heeft de intrekking van eisers verblijfsvergunning gebaseerd op een ambtsbericht van de AIVD van 26 november 2004. De grief van eiser dat het ambtsbericht van 26 november 2004 niet juist is, kan in beroep nog aan de orde komen omdat de AIVD het ambtbericht na het bestreden besluit bij een later ambtsbericht heeft gecorrigeerd. De rechtbank volgt verweerder niet in zijn stelling dat hetgeen eiser heeft ingebracht tegen het ambtsbericht niet kan worden beschouwd als een concreet aanknopingspunt voor twijfel aan dat ambtsbericht. De rechtbank weegt bij dit oordeel mee dat eiser geen inzage heeft in het onderzoek dat ten grondslag ligt aan het ambtsbericht en in het ambtsbericht geen enkele concrete bron is genoemd. Bovendien heeft de AIVD, nadat eiser het ambtsbericht aldus had betwist, aanleiding gezien het ambtsbericht van 26 november 2004 te corrigeren. Verweerder mag de feitelijke informatie en de daarop gebaseerde conclusies in de ambtsberichten van de AIVD slechts aan zijn besluit ten grondslag leggen, indien die informatie voldoet aan de eisen die gesteld moeten worden aan een deskundigenadvies. Verweerder had zich er daarom vooraf van dienen te vergewissen of het ambtsbericht voldoende zorgvuldig is voorbereid en of de in de ambtsberichten opgenomen feiten en conclusies worden gedragen door het verrichte onderzoek en de vergaarde informatie. De rechtbank volgt de stelling van verweerder niet dat een onderzoek door verweerder naar de onderliggende stukken van de onderhavige ambtsberichten afstuit op de vertrouwelijkheid van de informatie en de functie van de AIVD. De Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002 (WIV) biedt voor deze stelling geen aanknopingspunten. Bovendien heeft verweerder bevestigd over enige mogelijkheid tot inzage te beschikken. Nu verweerder niet aan de vergewisplicht heeft voldaan, heeft verweerder het besluit niet kunnen baseren op de ambtsberichten van de AIVD. Verweerder heeft de intrekking van de verblijfsvergunning van eiser mede gebaseerd op artikel 35, eerste lid, aanhef en onder a, Vw 2000. Verweerder heeft terecht aangevoerd dat het dactyloscopisch onderzoek, waaruit is gebleken dat eiser onder een andere naam eerder in Duitsland een asielaanvraag heeft ingediend, en de taalanalyse, waarmee de twijfels ten aanzien van de gestelde herkomst niet zijn weggenomen, de intrekking van de vergunning op laatstgenoemde grond ook zelfstandig kunnen dragen. Beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl