Rb. 's-Gravenhage 26 september 2005, ECLI:NL:RBSGR:2005:AU5951
[...] Ingevolge artikel 4 van de Militaire Ambtenarenwet 1931 (hierna: MAW) is in afwijking van artikel 8:7 van de Awb voor beroepen tegen besluiten op grond van deze wet de rechtbank te ’s-Gravenhage bevoegd. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter dienen onder “besluiten op grond van deze wet”, zoals reeds in eerdere uitspraken van zowel deze rechtbank als van de Centrale Raad van Beroep (hierna: CRvB) is overwogen, te worden begrepen alle besluiten de rechtspositie betreffende, waarbij een (gewezen) militair ambtenaar in de zin van de MAW als zodanig, zijn nagelaten betrekkingen of zijn rechtsverkrijgenden als bedoeld in de MAW belanghebbende zijn. De voorzieningenrechter verwijst in dit verband naar de uitspraak van deze rechtbank van 23 augustus 2002, TAR 2002, nummer 133, alsmede naar de uitspraak van de CRvB van 21 augustus 2003, TAR 2003, nummer 181.
De uitspraak op rechtspraak.nl