Rb. 's-Gravenhage 14 oktober 2005, ECLI:NL:RBSGR:2005:AU5794

Tijdig indienen zienswijze / horen in begrijpelijke taal / inhoudelijke beoordeling asielrelaas. Ter zitting is vast komen te staan dat eiser de zienswijze per reguliere post aan verweerder heeft verstuurd en dat hij de verzending daarvan niet door middel van objectieve stukken kan bewijzen. Eiser heeft derhalve onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij de zienswijze aan verweerder heeft verstuurd, zodat het er voor dient te worden gehouden dat verweerder de zienswijze nimmer heeft ontvangen. Verweerder heeft dan ook zonder kennisname van de zienswijze tot het bestreden besluit kunnen komen. Verweerder dient een vreemdeling zoveel mogelijk te horen in een taal die hij in voldoende mate beheerst om de hem in het kader van zijn aanvraag gestelde vragen te begrijpen en die op adequate wijze te beantwoorden, teneinde een zorgvuldige beoordeling van, in casu, het asielverzoek te kunnen waarborgen. In het onderhavige geval heeft verweerder in voldoende mate aan deze verplichting voldaan. Hiertoe zijn de volgende omstandigheden redengevend. Tijdens het eerste gehoor is eiser bijgestaan door een tolk in de Birmese en Engelse taal alsmede, telefonisch, door een tolk in de Urdu, Hindi en Punjabi taal. Tijdens dit gesprek, dat twee uur heeft geduurd, heeft verweerder zonder resultaat met eiser in voornoemde talen getracht te communiceren. Daarop heeft de gemachtigde van eiser verweerder verzocht om eiser nogmaals middels een tolk in de Rohinga taal te horen. Verweerder heeft aan dit verzoek voldaan. Blijkens het hiervan opgemaakte rapport van bevindingen was het de tolk Aykab niet mogelijk met eiser in de Aykab, Bengaalse of Engelse taal te communiceren, zodat het nader gehoor geen doorgang heeft gevonden. Hierna heeft de gemachtigde van eiser verweerder verzocht eiser te doen horen door een tolk Aykab die, net als eiser, afkomstig is uit de provincie Arakan. Gelet op het vorenoverwogene kon van verweerder in redelijkheid niet worden gevergd om op dit verzoek in te gaan. De rechtbank heeft voorts gewicht toegekend aan het feit dat eiser, blijkens het proces-verbaal in 1999 twee maal in de Bengaalse taal is gehoord en in 2005 met verbalisanten in de Engelse taal heeft gecommuniceerd. Dit is door eiser niet betwist. Zoals ook ter zitting is gebleken, is verweerder niet toegekomen aan een inhoudelijke beoordeling van het asielrelaas van eiser, nu eiser hieromtrent geen verklaringen heeft afgelegd. Het dient ervoor te worden gehouden dat verweerder vanwege de onmogelijkheid kennis te nemen van het asielrelaas en gelet op zijn gehoudenheid op de aanvraag te beslissen heeft kunnen besluiten om de aanvraag van eiser af te wijzen. Dit laat echter onverlet dat het vorenstaande niet aan een inhoudelijke beoordeling van een eventuele toekomstige aanvraag van eiser in de weg staat. Beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen