Rb. 's-Gravenhage 26 september 2005, ECLI:NL:RBSGR:2005:AU5695
De voorzieningenrechter is van oordeel dat de vader van eiser geen gewezen ambtenaar is in de zin van de MAW, zoals die wet ten tijde hier van belang luidde, omdat hij in zijn hoedanigheid van KNIL-militair niet in Nederlandse openbare (militaire) dienst werkzaam is geweest. [...] Dit betekent dat artikel 4 van de MAW niet van toepassing is en dat eiser, in zijn hoedanigheid van nagelaten betrekking van een gewezen KNIL-militair, geen rechtsingang heeft bij de met rechtspraak op grond van de MAW belaste rechtbank, zijnde de rechtbank te ‘s-Gravenhage.
De uitspraak op rechtspraak.nl