Rb. 's-Gravenhage 26 september 2005, ECLI:NL:RBSGR:2005:AU5692
Eiser heeft , als nagelaten betrekking van een gewezen militair van het voormalig Koninklijk Nederlands Indisch Leger (hierna: KNIL), verweerder verzocht om toekenning van sociale voorzieningen zoals die voor het militair personeel van dit leger golden op 26 december 1949 en 24 juli 1950. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de vader van eiser geen gewezen ambtenaar is in de zin van de MAW, zoals die wet ten tijde hier van belang luidde, omdat hij in zijn hoedanigheid van KNIL-militair niet in Nederlandse openbare (militaire) dienst werkzaam is geweest. [...] Dit betekent dat artikel 4 van de MAW niet van toepassing is en dat eiser, in zijn hoedanigheid van nagelaten betrekking van een gewezen KNIL-militair, geen rechtsingang heeft bij de met rechtspraak op grond van de MAW belaste rechtbank, zijnde de rechtbank te ‘s-Gravenhage
De uitspraak op rechtspraak.nl