Rb. 's-Gravenhage 4 oktober 2005, ECLI:NL:RBSGR:2005:AU5468

Onder het kopje "beleidsaspecten" onder artikel 3 van het Bvr in het Handboek Vergoedingen is beleid opgenomen dat – voor zover hier van belang – luidt: "Verzoeken om vaststelling van de vergoeding kunnen tot een beschikking leiden dat geen vaststelling en uitbetaling meer kan plaatsvinden omdat sprake is van verjaring van de aanspraak op vergoeding. Declaraties die betrekking hebben op toevoegingen waarin de rechtsbijstand tenminste vijf jaar voor de datum van ontvangst is beëindigd, zijn verjaard. De periode van vijf jaren begint op 31 december van het jaar waarin de rechtsbijstand werd beëindigd en de vergoeding opeisbaar werd. Bij procedures wordt de rechtsbijstand geacht te zijn geëindigd op de datum waarop de rechtsbijstand feitelijk is geëindigd. Indien de raadsman na die datum nog activiteiten heeft verricht dienen die aangetoond te worden. Bij advieszaken wordt uitgegaan van het laatste juridisch inhoudelijke contact met de cliënt."

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen