Rb. 's-Gravenhage 11 oktober 2005, ECLI:NL:RBSGR:2005:AU4633
Leges / termijn herstel verzuim / artikel 4:5 Awb. De brief van 23 september 2005 bevat geen aanzegging van de heffing van het voor de aanvraag van verzoeker sub 1 verschuldigde legesbedrag. Omtrent het legesbedrag vermeldt de brief dat "De hoogte varieert naar gelang van het doel van de aanvraag, en ligt tussen € 0 en € 830; op de website kunt u het voor u geldende bedrag opzoeken." Naar het oordeel van de voorzieningenrechter betreft het hier algemene informatie waarin per verblijfsdoel een tarief is genoemd en die daarom niet kan worden aangemerkt als legesheffing als bedoeld in artikel 3.34i VV 2000. Uit die bepaling volgt dat het daarbij moet gaan om een per aanvraag geïndividualiseerde aanzegging. Dat verzoekers konden beschikken over rechtsbijstand doet hier niet aan af. Op 4 oktober 2005 is verzoekers op de voet van artikel 3.34i VV 2000 mondeling aangezegd dat zij een bedrag aan leges verschuldigd waren. Overigens heeft geen van de partijen ter zitting duidelijk kunnen maken om welk bedrag het daarbij ging. Gelet op de strekking van artikel 4:5, eerste lid, Awb en verweerders beleidsbepaling in B1/4.2.1 Vc 2000 wordt overwogen dat het bieden van een termijn van tien minuten voor het herstellen van het onderhavige verzuim niet kan worden beschouwd als een redelijke termijn. Naar voorlopig oordeel moet het besluit waartegen bezwaar is gemaakt geacht worden te zijn genomen in strijd met een wettelijk voorschrift en heeft het bezwaar een redelijk kans van slagen. Toewijzing verzoek.
De uitspraak op rechtspraak.nl