Rb. 's-Gravenhage 11 augustus 2005, ECLI:NL:RBSGR:2005:AU2937

Bewaring / zorg voor kind. Eiseres stelt dat zij in de gelegenheid dient te worden gesteld de opvang en het gezag voor haar kind te regelen. Zo niet, dan levert dit strijd op met de artikelen 5 en 9 IVRK, artikel 8 EVRM en artikel 23, vierde lid, IVBPR. Het beroep van eiseres op voornoemde artikelen kan niet slagen. Daartoe overweegt de rechtbank dat, voor zover de artikelen 5 en 9 IVRK al rechtstreekse werking hebben, deze artikelen er niet toe kunnen leiden dat, in het geval dat als gevolg van het handelen van de ouder het kind van de ouder is gescheiden en de ouder niet (alle) ouderlijke plichten kan vervullen, de overheid is gehouden aan deze scheiding een einde te maken. Nu eiseres illegaal in Nederland verblijft en er gronden zijn om haar in bewaring te stellen, komt het voor haar rekening dat zij thans is gescheiden van haar kind. Ter zitting is voorts gebleken dat het kind van eiseres door familieleden wordt opgevangen, zodat het de vereiste zorg ontvangt. Nu de scheiding voor rekening van eiseres komt, kan haar beroep op artikel 8 EVRM evenmin slagen. Artikel 23, vierde lid, IVBPR heeft betrekking op de maatregelen die moeten worden getroffen ter verzekering van de gelijke rechten en verantwoordelijkheden van de echtgenoten wat het huwelijk betreft, tijdens het huwelijk en bij de ontbinding ervan en niet op een situatie als de onderhavige. Beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen