Rb. 's-Gravenhage 18 juli 2005, ECLI:NL:RBSGR:2005:AU2932

Medische behandeling / transseksueel / zorgvuldigheid. Eiseres is oorspronkelijk afkomstig uit Georgië en zij verblijft sinds 1994 in Nederland. In verband met haar transseksualiteit is aan haar van 6 november 1996 tot 6 november 2002 verblijf toegestaan op medische gronden. Het geschil heeft zich met name toegespitst op de vraag van welke beperking verweerder mocht uitgaan bij het nemen van de beslissing op de aanvraag en bij het nemen van het bestreden besluit, waarbij met name is ingegaan op de (sub)vraag tot welke inspanningen partijen in redelijkheid zijn gehouden in de fase voorafgaand aan het nemen van de beslissing op de aanvraag indien er discussie is over de beperking die ten grondslag dient te worden gelegd aan de aanvraag. Gelet op de tussen partijen gevoerde discussie voorafgaand aan de beslissing op de aanvraag, de daaruit evident blijkende onduidelijkheid aan de zijde van eiseres welke vergunningsmodaliteit, gelet op haar situatie, het meeste kans gaf op een verblijfsvergunning en het gegeven dat eiseres van 6 november 1996 tot 6 november 2002 over een verblijfsvergunning beschikte, had van verweerder een actievere houding gevergd mogen worden. Immers duidelijk was dat eiseres, gelet op de feitelijke situatie, een keuze kon maken uit verschillende vergunningsmodaliteiten, zij aangaf dat zij een verblijfsvergunning wilde en daarbij van secundair belang vond onder welke beperking die vergunning verleend werd. Uit de correspondentie voorafgaande aan de beslissing op de aanvraag blijkt dat verweerder zich heeft beperkt tot het stellen van de vraag aan eiseres welke beperking zij aan haar aanvraag ten grondslag legt en de vraag om nadere informatie. Daarmee heeft verweerder gehandeld in strijd met de zorgvuldigheid. In dit kader wijst de rechtbank erop dat artikel 3:2 Awb (mede) uitdrukking is van het gegeven dat er sprake is van een rechtsbetrekking waarin partijen in een wederkerige relatie staan, zodat zij rekening moeten houden met de positie en de belangen van de andere partij. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder onvoldoende rekening gehouden met de belangen aan de zijde van eiseres. In ieder geval was verweerder ten tijde van het bestreden besluit bekend met bestaan van psychische problemen bij eiseres. Beroep gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen