Rb. 's-Gravenhage 2 augustus 2005, ECLI:NL:RBSGR:2005:AU2793

Aanvraag verlenging verblijfsvergunning amv / voortgezet verblijf / horen. Eiser heeft in bezwaar met terugwerkende kracht een verblijfsvergunning amv gekregen met ingang van de aanvraagdatum van de asielaanvraag tot de datum waarop eiser achttien jaar is geworden. Het bezwaar is voor het overige (kennelijk) ongegrond verklaard. Eiser stelt dat hij in aanmerking dient te komen voor een verblijfsvergunning regulier onder de beperking voortgezet verblijf op grond van artikel 3.52 Vb 2000. Verweerder had dan ook moeten beoordelen of eiser bij het bereiken van het achttiende levensjaar in aanmerking kwam voor omzetting van zijn amv-verblijfsvergunning in een verblijfsvergunning voortgezet verblijf ex artikel 3.52 Vb 2000. Verweerder had in dit verband eiser moeten horen en bezien of er bijzondere individuele omstandigheden aanwezig waren die hadden kunnen leiden tot het in aansluiting op de amv-verblijfsvergunning verlenen van een verblijfsvergunning voortgezet verblijf. Gelet op hetgeen eiser in bezwaar heeft aangevoerd, alsmede gelet op de bijzondere feiten en omstandigheden van het onderhavige geval, te weten de alsnog met terugwerkende kracht verlening van een verblijfsvergunning amv aan eiser en het feit dat eiser in bezwaar inmiddels meerderjarig is geworden, acht de rechtbank het standpunt van verweerder dat het bezwaar als kennelijk ongegrond dient te worden aangemerkt, onjuist. Het is niet uitgesloten dat er bijzondere feiten en omstandigheden bestaan die tot gegrondverklaring van dat bezwaar zouden hebben geleid. Een hoorzitting is bij uitstek de gelegenheid waar eiser zulke feiten of omstandigheden naar voren had kunnen brengen. Gezien het bovenstaande had verweerder het bezwaar niet kennelijk ongegrond mogen verklaren zonder nader te bezien of de door eiser aangevoerde feiten en omstandigheden aanleiding geven voor verlening van een verblijfsvergunning voortgezet verblijf op de voet van artikel 3.52 Vb 2000. Dat aan het bestreden besluit geen aanvraag om een verblijfsvergunning voortgezet verblijf ten grondslag ligt kan, gelet op de bijzondere omstandigheden van het onderhavige geval, daar niet aan afdoen. De amv-verblijfsvergunning is eiser immers eerst bij het bestreden besluit van 3 februari 2005 met terugwerkende kracht verleend met ingang van 23 december 2001 (datum asielaanvraag) geldig tot 2003 (bereiken achttienjarige leeftijd). Doordat verweerder niet tijdig op de juiste wijze heeft beslist was het voor eiser derhalve feitelijk onmogelijk om tijdig, te weten binnen zes maanden na het verloop van zijn amv-verblijfsvergunning, een aanvraag te kunnen doen voor een verblijfsvergunning voortgezet verblijf. Beroep gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen