Rb. 's-Gravenhage 7 september 2005, ECLI:NL:RBSGR:2005:AU2091
[...] 2. Vordering, grondslag en verweer 2.1 Eiseressen vorderen, na vermeerdering van eis, primair dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, a. voor recht verklaart dat de SGP handelt in strijd met: * artikel 7 Vrouwenverdrag en/of * artikel 25 IVBPR en/of * artikel 26 IVBPR en/of * artikel 3 Eerste Protocol EVRM juncto artikel 14 EVRM en/of * artikel 1 Twaalfde Protocol EVRM en/of * artikel 1 Grondwet en/of * artikel 4 Grondwet en/of * een andere regel van geschreven en/of ongeschreven recht en daarom onrechtmatig jegens eiseressen en/of de personen voor wiens belangen zij in rechte opkomen; [...] 3.10 Eiseressen hebben zich subsidiair op het standpunt gesteld dat zij opkomen voor hun eigen belang. De bevoegdheid van een belangenorganisatie om in rechte op te treden tegen een onrechtmatige gedraging van een derde die in strijd is met haar doelstelling, kan onder omstandigheden gegrond worden op de onrechtmatigheid van deze gedraging tegenover de organisatie zelf. Er moet dan sprake zijn van een onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW) jegens die belangenorganisatie (artikel 6:163 BW). Het (enkele) feit dat een handeling in strijd is met de doelstelling van een belangenorganisatie, leidt nog niet tot de conclusie dat daarmee onrechtmatig jegens de belangenorganisatie is gehandeld. Er bestaat geen (ongeschreven) norm op grond waarvan een gedraging die strijdig is met de doelstelling van een belangenorganisatie onrechtmatig is. Gezien het hiervoor weergegeven kader oordeelt de rechtbank dat eiseressen onvoldoende feiten en omstandigheden hebben gesteld en ook anderszins niet is gebleken dat er sprake is van onrechtmatig handelen door de SGP jegens eiseressen. Slotsom en proceskosten 3.11 Het voorgaande brengt met zich dat de rechtbank in rechte tot de conclusie moet komen dat eiseressen in hun vordering niet-ontvankelijk zijn. Dit heeft tot gevolg dat de rechtbank aan een inhoudelijk oordeel over de vordering niet toekomt en dat de stellingen en weren daartoe niet zullen worden besproken. [...]
De uitspraak op rechtspraak.nl