Rb. 's-Gravenhage 25 maart 2005, ECLI:NL:RBSGR:2005:AU1492

Beëindiging COA-verstrekkingen wegens niet gebruik en statusverlening. Het COA beëindigt in mei 2004 de inschrijving in het asielzoekerscentrum wegens handelen in strijd met de huisregels, namelijk geen gebruik maken van de voorzieningen. Nadien wordt eiser een verblijfsvergunning asiel verstrekt. In het gewijzigd en aangevuld besluit van januari 2005 wordt ook dit feit aan de beslissing ten grondslag gelegd. Na bezwaar tegen de eerste beslissing dienst eiser een beroep tegen niet tijdig beslissen op bezwaar in. Eerst dan zendt COA het bezwaar als beroep conform 6:15 Awb door aan de rechtbank. De rechtbank acht deze doorzending te laat. Eiser heeft echter geen belang bij de beoordeling van het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar, nu het COA daartoe niet bevoegd was. Dit rechtsmiddel is niet bedoeld om nakoming van de tijdige doorzending af te dwingen, dit beroep is derhalve niet-ontvankelijk. Uitschrijving van eiser als asielzoeker is in strijd met artikel 10, eerste lid, Rva 1997. Daarmee kunnen enkel de verstrekkingen van artikel 5, eerste lid, onder b t/m g, Rva 1997 kunnen worden beëindigd, niet het voorzien in onderdak. Ook nu eiser geen asielzoeker meer is, bestaat voor het COA nog de plicht eiser onderdak te verstrekken. Conform artikel 8 en 9 Rva 1997 mag COA eerst verstrekkingen beëindigen, als passende huisvesting buiten het centrum kon worden gerealiseerd en moet de verstrekking in de tussentijd aan eiser moeten worden aangeboden indien verweerder hiermee heeft ingestemd. Het subsidiaire besluit is derhalve in strijd met artikel 8 en 9 Rva 1997. Beroep gegrond, afwijzing verzoek.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen