Rb. 's-Gravenhage 8 juli 2005, ECLI:NL:RBSGR:2005:AU1481
Artikel 1F VSV / motiveringsgebrek / dwang. In eisers geval is sprake van knowing en personal participation, maar verweerder heeft eisers verweer dat de gedragingen zijn verricht onder dwang van de RUF-rebellen en dat eiser mitsdien is gevrijwaard van de individuele verantwoordelijkheid voor zijn handelingen onvoldoende draagkrachtig gemotiveerd weerlegd. Vooropgesteld wordt dat verweerder het relaas van eiser geloofwaardig heeft geacht. Verweerder heeft zijn standpunt dat geen sprake was van dwang, maar eerder van commitment onderbouwd met de verwijzing naar het ACVZ-advies van januari 2001 met betrekking tot artikel 1F VSV. Hieruit valt af te leiden dat er in theorie een moment in die elf maanden dat eiser bij het RUF verbleef is geweest dat eiser kon ontsnappen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder met deze stelling niet voldoende gemotiveerd in hoeverre het door eiser aangevoerde buitensporig geweld waarmee hij is bedreigd, ten tijde van aansluiting bij de rebellen en ten tijde van zijn verblijf bij de rebellen, in combinatie met zijn leeftijd, is betrokken. Tevens acht de rechtbank van belang dat in het beleid van verweerder met betrekking tot het verweer “dwang”, zoals dat is neergelegd in C1/5.13.3.3 Vc 2000, de uitleg van de ACVZ, te weten dat van een dwangsituatie in beginsel slechts sprake zal kunnen zijn in geval van een eenmalig incident, aangezien tussentijdse onttrekking veelal mogelijk moet worden geacht voordat een nieuwe dwangsituatie ontstaat, niet wordt gegeven. Het bestreden besluit is derhalve in strijd met artikel 7:12 Awb. Beroep gegrond, vernietiging bestreden besluit.
De uitspraak op rechtspraak.nl