Rb. 's-Gravenhage 16 augustus 2005, ECLI:NL:RBSGR:2005:AU1152

[...] Nu de vrouw niet heeft weersproken dat zij bij het maken van huwelijkse voorwaarden - op uitdrukkelijk verzoek van haar ouders - met het oog op haar toekomstige aanspraak op het familiekapitaal bewust heeft gekozen voor het regime van koude uitsluiting, neemt de rechtbank dit als vaststaand feit aan. Uit hetgeen de rechtbank hiervoor ten aanzien van het primaire verzoek van de man tot wijziging c.q. nihilstelling van de partneralimentatie heeft overwogen, blijkt dat de vrouw beschikt over een aanzienlijk vermogen, welk vermogen op 31 december 2003 reeds € 893.340,-- bedroeg. Gezien het vermogen waarover de vrouw beschikt, is de rechtbank van oordeel dat er geen sprake is van de situatie waarbij de vrouw bij het niet toekennen van een pensioenaanspraak in een situatie komt te verkeren die vergelijkbaar is met die van een gewezen echtgenote die alle omstandigheden afwegende, zonder deze relatief beperkte voorziening te zwaar zou worden getroffen door de ingevolge het eerste lid van artikel 12 van de Wet Pensioenverevening bij scheiding geldende eerbiediging van het oude recht. Derhalve acht de rechtbank het noch onredelijk noch onbillijk om uit te gaan van het oude recht op grond waarvan geen verplichting tot verevening of verrekening van ouderdomspensioen bestaat. De rechtbank neemt daarbij mede in aanmerking dat de vrouw ter terechtzitting heeft gesteld dat het Hof bij de vaststelling van de hoogte van de partneralimentatie reeds rekening heeft gehouden met het feit dat de vrouw geen aanspraak toekomt op pensioenverevening. Op grond van het vorenoverwogene zal de rechtbank het verzoek van de vrouw afwijzen. [...]

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen