Rb. 's-Gravenhage 30 juni 2005, ECLI:NL:RBSGR:2005:AU1148

Vrijheidsbeperking / hardheid / medische aspecten. Ingevolge artikel 57 Vw 2000 kan de minister de vreemdeling wiens aanvraag om een verblijfsvergunning ex artikel 28 Vw 2000 is afgewezen de aanwijzing geven zich op te houden in een bepaalde ruimte of op een bepaalde plaats en aldaar de aanwijzingen van de bevoegde autoriteit in acht te nemen, ook indien de beschikking waarbij de aanvraag is afgewezen nog niet onherroepelijk is dan wel het beroep de werking van de beschikking opschort. De rechtbank heeft als eerste vastgesteld dat eisers niet hebben betwist dat verweerder in dit geval een aanwijzing als bedoeld in artikel 57 Vw 2000 kan geven. Voorts heeft de rechtbank overwogen dat gelet op de bewoording van artikel 57 Vw 2000 verweerder een discretionaire bevoegdheid heeft ten aanzien van de vraag of hij al dan niet overgaat tot het geven van een dergelijke aanwijzing. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder in redelijkheid tot het geven van deze aanwijzing kunnen komen. De enkele stelling dat verwijdering uit het asielzoekerscentrum en overbrenging naar het vertrekcentrum te Vlagtwedde van onevenredige hardheid getuigt, alsmede dat de geestelijke gezondheid van eiseres een dergelijke aanwijzing/maatregel niet toe staat, doet daar niet aan af. Niet gesteld of gebleken is dat de medische voorzieningen in het vertrekcentrum ontoereikend zouden zijn voor de vereiste medische behandeling van eiseres. Beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen