Rb. 's-Gravenhage 14 juli 2005, ECLI:NL:RBSGR:2005:AT9575
Ongewenstverklaring / IVRK / family life. Verzoeker heeft in algemene termen een beroep gedaan op het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK). Hij heeft niet aangegeven op welke bepaling(-en) hij een beroep wil doen en evenmin waarom. Ter zitting heeft de gemachtigde van verzoeker desgevraagd verklaard artikel 3 IVRK te bedoelen, omdat het bestreden besluit ook de belangen van diens kinderen raakt. De voorzieningenrechter overweegt dat het belang van het kind zoals bedoeld in artikel 3, eerste lid, IVRK in dit geval concreet neerkomt op het belang van zijn minderjarige kinderen bij het gezinsleven met hun vader. Voor zover in deze bepaling al een recht op gezinsleven zou kunnen worden gelezen, bevat die in ieder geval geen verdergaande norm voor het beschermen van het gezinsleven van verzoeker met zijn minderjarige kinderen dan artikel 8 EVRM. Afwijzing verzoek.
De uitspraak op rechtspraak.nl