Rb. 's-Gravenhage 14 juni 2005, ECLI:NL:RBSGR:2005:AT9081

Vrijheidsontnemende maatregel / toetsing / ‘in kennis stellen van’. Eiser stelt zich op het standpunt dat de omstandigheid dat het namens eiser ingestelde beroep is ingetrokken niet maakt dat op verweerder niet langer de verplichting ex artikel 94, eerste lid, Vw 2000 rust om de rechtbank in kennis te stellen van de oplegging van de vrijheidsontnemende maatregel. De rechtbank overweegt dat ten aanzien van het procesrecht met betrekking tot de toetsing van de oplegging van de maatregel ex artikel 6 Vw 2000, voorzover niet anders is bepaald in de Vw 2000, de Awb van toepassing is. Nu de wetgever in de Vw 2000 niet anders heeft bepaald, kan, gelet op artikel 6:21 Awb ook een eerste beroep tegen het opleggen van de maatregel worden ingetrokken. Gelet op de tekst van artikel 94, eerste lid, Vw 2000 is de rechtbank, anders dan eiser, van oordeel dat verweerder na intrekking van een eerste beroep de rechtbank in beginsel niet alsnog in kennis dient te stellen van het opleggen van de maatregel. Indien de vreemdeling op enig moment gelegen in tijd na de intrekking alsnog opnieuw beroep wenst in te stellen, dan is het op elk gewenst moment mogelijk om opnieuw beroep tegen de voortduring van de maatregel bij de rechtbank aanhangig te maken. Het uitgangspunt dat na intrekking van het eerste beroep de rechtbank door verweerder niet alsnog in kennis dient te worden gesteld van het opleggen van de maatregel is alleen van kracht indien het achterwege laten van de kennisgeving leidt tot een evidente schending van de beginselen van een goede procesorde dan wel van fundamentele rechtsbeginselen die een eerlijk proces waarborgen. Naar het oordeel van de rechtbank doet zich in dit geval niet een zodanige uitzondering voor. Beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen